Mediatieve Therapie

Mediatieve therapie wordt ingezet in plaats van (of ter ondersteuning) van individuele begeleiding indien die niet mogelijk is als gevolg van cognitieve beperkingen bij de getroffene. De psycholoog behandelt de getroffene niet in direct contact, maar door samen met diens naaste te zoeken naar interventies die passen bij de problemen. Het is de naaste die het therapieplan uitvoert. Mediatieve therapie wordt vaak ingezet als een getroffene problematisch of ongewenst gedrag voor zichzelf of zijn naaste vertoont, de naaste niet weet hoe met het gedrag van de getroffene om te gaan, de getroffene zichzelf belemmert in het aanvaarden van zorg of de zorgrelatie tussen de getroffene en diens naaste verstoord raakt. Hierbij kan gedacht worden aan achterdocht, agressie, angst, apathie, claimen, depressief gedrag, eenzaamheid, ontremd gedrag, roepen, slaapproblemen, verzet bij wassen en kleden, zwerfgedrag (dwalen en weglopen) etc.
Er wordt gekeken naar de achtergronden van het gedrag van de getroffene. Hierbij wordt gebruik gemaakt van vragenlijsten, registratielijsten en gedragsobservatieformulieren. De naaste wordt geleerd hoe het beste met het gedrag kan worden omgegaan. Interventies worden methodisch toegepast met inschakeling van (voor de getroffene) belangrijke personen uit diens onmiddellijke omgeving. Het doel is het verbeteren van het welbevinden en de leefsituatie van de getroffene en de naaste.