Neuropsychologische Zorg

De inhoud van de neuropsychologische zorg is onder meer afhankelijk van de aard van uw problemen, diagnose, hulpvraag en mogelijkheden. Het zal op uw specifieke situatie en vraag worden afgestemd. De neuropsychologische zorg heeft in het algemeen tot doel duidelijkheid te verschaffen over wat er precies aan de hand is en zogenaamd gereedschap aan te reiken waarmee u kunt leren omgaan met de gevolgen van het hersenletsel en het een plek in uw leven te geven. Leven met hersenletsel is voor alle betrokkenen een zoekproces, met als doel weer greep op het leven te krijgen.

Afhankelijk van uw vraagstelling,  doel en mogelijkheden kunnen diverse neuropsychologische instrumenten worden toegepast. Indien nog niet duidelijk is welke hersenfuncties intact zijn en welke beschadigd, kunnen neuropsychologische testen worden gedaan om dit in kaart te brengen. Daarnaast kan psycho-educatie in veel situaties tot vermindering van problemen leiden door voor u specifieke informatie te verschaffen over de aandoening en gevolgen. Indien u reeds problemen ervaart in het dagelijks leven ten gevolge van uw aandoening (of die van uw naaste) kan met behulp van neuropsychologische vragenlijsten, registratielijsten en gedragsobservatieformulieren het probleem in kaart worden gebracht. Er wordt gekeken naar de achtergronden van het gedrag of probleem. Op basis van die gegevens kan de neuropsycholoog volgens een methodisch ondersteuningsmodel een plan maken om het probleem aan te pakken. Hierbij wordt uitgegaan van de cliënt zelf, u bent de leidraad voor een actieplan met concrete doelen. Indien er op een bepaald gebied nog mogelijkheden zijn om een beperking te verminderen, kan cognitieve  training worden ingezet. De cognitieve training bestaat uit het aanleren van vaardigheden waardoor (de  gevolgen van) cognitieve stoornissen kunnen worden verminderd. Hierbij kan  gebruikt worden gemaakt van huiswerk en moeten strategieën in het dagelijks  leven worden uitgeprobeerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van evidence based neuropsychologische behandelprotocollen.

Mediatieve therapie wordt ingezet in plaats van (of ter ondersteuning) van individuele begeleiding indien die niet mogelijk is als gevolg van cognitieve beperkingen bij de getroffene. De psycholoog behandelt de getroffene niet in direct contact, maar door samen met diens naaste te zoeken naar interventies die passen bij de problemen. Het is de naaste die het therapieplan uitvoert. Mediatieve therapie wordt vaak ingezet als een getroffene problematisch of ongewenst gedrag voor zichzelf of zijn naaste vertoont, de naaste niet weet hoe met het gedrag van de getroffene om te gaan, de getroffene zichzelf belemmert in het aanvaarden van zorg of de zorgrelatie tussen de getroffene en diens naaste verstoord raakt. Hierbij kan gedacht worden aan achterdocht, agressie, angst, apathie, claimen, depressief gedrag, eenzaamheid, ontremd gedrag, roepen, slaapproblemen, verzet bij wassen en kleden, zwerfgedrag (dwalen en weglopen) etc. De naaste wordt geleerd hoe het beste met het gedrag kan worden omgegaan. Interventies worden methodisch toegepast met inschakeling van (voor de getroffene) belangrijke personen uit diens onmiddellijke omgeving.

Om uw welzijn en het effect van de neuropsychologische zorg te monitoren, zullen regelmatig vragenlijsten en/of tests worden herhaald.